











































De Klender
Familie berichten
Rechter: Brabantse ammoniakaanpak overeind, tijdelijke pas-op-de-plaats bij handhaving
PROVINCIE BRABANT – 22 oktober 2026. De voorzieningenrechter heeft donderdag 22 oktober 2026 uitspraak gedaan in het kort geding over de Brabantse aanpak voor vermindering van ammoniakemissie voor de veehouderij.
De rechter laat de Brabantse regeling in stand, maar oordeelt dat de provincie zich tot en met 1 februari 2027 moet onthouden van handhavingsmaatregelen op basis van de betreffende bepalingen uit de Omgevingsverordening.
De rechter ziet geen aanleiding om de Brabantse aanpak vermindering ammoniakemissie voor de veehouderij buiten werking te stellen. Daarmee blijft de provinciale aanpak om ammoniakuitstoot terug te dringen en natuurherstel mogelijk te maken overeind.
Gedeputeerde Wilma Dirken (Stikstof): “De rechter laat de kern van onze aanpak overeind. Dat is belangrijk, omdat de opgave om stikstofuitstoot terug te dringen en natuurherstel mogelijk te maken onverminderd blijft bestaan.”
De voorzieningenrechter spreekt in het vonnis uit dat het te prijzen is dat de provincie verantwoordelijkheid heeft genomen voor het treffen van maatregelen gericht op vermindering van stikstofbelasting, in een periode waarin landelijke maatregelen uitbleven.
Tijdelijke pas-op-de-plaats
De rechter heeft geoordeeld dat ondernemers op dit moment nog te veel onzekerheid ervaren over onder meer financiële ondersteuning vanuit het Rijk en voorgenomen zonering rond Natura 2000-gebieden. Daarom mag de provincie tot en met 1 februari 2027 geen handhavingsmaatregelen nemen op basis van de betreffende emissienormen. Dat betekent dat de provincie geen handhavingsbesluiten neemt maar wel blijft toezien op naleving van de regeling, zoals het indienen respectievelijk afhandelen van meldingen, het nemen van maatwerkbesluiten en het houden van toezicht. Ondernemers die voldoen aan de voorwaarden, kunnen de gemelde maatregelen ook gewoon uitvoeren.
Samenhang met landelijke aanpak
De uitspraak onderstreept het belang van een goede aansluiting tussen provinciaal en landelijk beleid. Er is wel enige verbazing over het oordeel van de rechter dat de provincie op voorhand rekening had moeten houden met de voorgenomen zonering en maatregelen die het Rijk in juli 2026 heeft aangekondigd. Deze waren uiteraard ten tijde van het besluit in december 2025 nog niet bekend. Desondanks is er begrip dat de rechter het nemen van handhavingsbesluiten tot 1 februari opschort omdat de rechter de verwachting heeft dat er dan meer duidelijkheid is voor ondernemers.
Dirken: “Ook wij hebben er belang bij dat ondernemers weten waar zij aan toe zijn. De komende periode blijven wij daarom nauw samenwerken met het Rijk, andere provincies en betrokken sectoren om hierover meer duidelijkheid te creëren. Als er meer duidelijkheid bestaat over de rijksregels, beoordelen wij of handhaving van de verordening kan worden hervat.”
Vervolg
De provincie analyseert het vonnis momenteel verder. Over eventuele verdere bestuurlijke of juridische vervolgstappen heeft het college nog geen besluit genomen.























