Vughtse munten gevonden in Rusland en de Baltische Staten
VUGHT – 6 september 2026. In de elfde eeuw was Vught een belangrijk handelscentrum. De stad ’s-Hertogenbosch bestond nog niet en met een haven aan de Dommel (toen nog Dieze genoemd) had Vught via de Maas verbinding met de rest van Europa.
In die tijd had Vught een tolrecht en het recht om munten te slaan. Dat was al lang bekend. Maar nog nooit waren er munten gevonden die in Vught geslagen waren. Ook opgravingen in de omgeving hadden geen ‘Vughtse’ munten opgeleverd.
Wel waren er in Rusland en de Baltische staten munten opgedoken die gekoppeld konden worden aan de Sint-Paulusabdij in Utrecht. Maar waar die munten geslagen waren, was onduidelijk. Een Russische mediëvist, dr. Oleg Trostyansky, dacht in 2017 dat de munten ergens in Lotharingen waren vervaardigd. Op sommige munten stond de aanduiding ‘Villa EVITHE’. Toch bleef hij twijfelen aan de muntplaats. Daarom zocht hij contact met wetenschappers in Utrecht. Hij kreeg mailcontact met dr. Charlotte J.C. Broer, die gepromoveerd was op de geschiedenis van de Paulusabdij. Zij kon hem vertellen dat de abdij de helft bezat van het muntrecht van Vught. Daarmee leek de cirkel rond.
Intussen waren de verbindingen tussen Utrecht en Rusland verbroken door het uitbreken van de oorlog in Oekraïne. Bovendien overleed Trostyansky. Maar gelukkig bleek hij in 2023 een artikel te hebben gepubliceerd in de Revue Belge de Numismatique en de Sigillographie over de munten van de Paulusabdij. Daarin waren allerlei varianten opgenomen van de villa-aanduiding. Op sommige munten stond ‘Villa Fvithe’. Omdat ‘v’ in de middeleeuwen ook gelezen kan worden als ‘u’, en de ‘i’ een streepje zou kunnen zijn in plaats van een ‘c’, zou de villa-aanduiding ook ‘Fuchte’ kunnen zijn. Charlotte Broer schreef hierover op haar website (‘Munten van Sint-Paulus geslagen in Vught’). Een bewerking van dit artikel verschijnt begin september in Schatten van Vught, het tijdschrift van Stichting Erfgoed Vught.
De aanwezigheid van ‘Vughtse’ munten in Rusland en de Baltische Staten laat zich verklaren door de handelsroutes die in de elfde eeuw liepen van West-Europa via de Oostzee naar die landen.














































